Maggie De Block wil besparen op de sociale geneeskunde.

Geneeskunde voor het Volk en PVDA verwerpen de audit van het bureau KPMG en Maggie De Block.

De audit die werd uitgevoerd door het consultancybureau KPMG over de werking van de wijkgezondheidscentra levert niet de door Maggie De Block gewenste resultaten op. Maar toch wil de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maggie De Block (Open Vld), de sector stokken in de wielen blijven steken.

Op maandag 22 januari 2018 werden de resultaten van de audit over de wijkgezondheidscentra voorgesteld in de gebouwen van het RIZIV. Zoals vooraf aangekondigd werd daarop het moratorium op nieuwe wijkgezondheidscentra opgeheven. Dat is een grote opluchting voor de sector, aangezien nieuwe structuren die in de wacht stonden de deuren zullen kunnen openen.

Voor Geneeskunde voor het Volk en de PVDA is het echter duidelijk dat die audit maar één doel had: besparen op het budget van de wijkgezondheidscentra.

De minister koos er overigens voor de audit te laten uitvoeren door KPMG, een bureau dat gekend is als lobbygroep voor privatiseringen in de gezondheidszorg. Bijgevolg wordt er enkel over droge cijfers gesproken en is er in de audit geen plaats voor kwaliteit van de zorg.

Bovendien werd geen vergelijking gemaakt met de prestatiegeneeskunde, en dat is een bewuste keuze. Op haar website bevestigt minister De Block dat ook zelf: “Het betreft een doorlichting van één systeem met de bedoeling dit te kunnen optimaliseren.”

“De minister hanteert twee maten en twee gewichten en maakt een duidelijke keuze door alleen de wijkgezondheidscentra door te lichten, merkt dokter Anne Delespaul, gezondheidsspecialist van de PVDA en huisarts bij Geneeskunde voor het Volk, op. Ze wil via de audit haar besparingen op deze sociale praktijken verantwoorden, terwijl ze niet raakt aan de vaak exuberante lonen van artsen-specialisten. Het Intermutualistisch Agentschap (IMA) publiceerde reeds op 8 december 2017 een wetenschappelijke studie die wel de kosten en kwaliteit van beide systemen vergelijkt en daaruit blijkt dat wijkgezondheidscentra betere kwaliteit leveren tegen dezelfde prijs dan de prestatiegeneeskunde.”

De minister spreekt over “dit kluwen aan financieringsbronnen” en “overfinanciering”. De wijkgezondheidscentra zijn nochtans heel open over hun financiering. Jaarlijks wordt er een activiteitenrapport ingediend bij het RIZIV. Net zoals ziekenhuizen en andere huisartsen ontvangen wijkgezondheidscentra subsidies voor ondersteunend personeel zoals onthaalmedewerkers, die een grote meerwaarde voor de kwaliteit zijn.

Daarnaast zetten een aantal medische huizen jaarlijks een deel van hun werkingsmiddelen opzij voor investeringen op lange termijn. Bovendien bieden de centra bijkomende zorg aan, zoals een psycholoog, sociaal assistent of diëtist. Op die manier worden die specifieke vormen van zorg toegankelijker.

Minister De Block heeft van in het begin gezegd dat het budget van medische huizen teveel stijgt. Om die reden heeft ze in 2017 reeds 4,5% bespaard op het budget. In de studie van KPMG wordt echter aangetoond dat het totaalbedrag stijgt, omdat er gewoon patiënten en wijkgezondheidscentra bijkomen. Het gemiddelde budget per wijkgezondheidscentrum is niet gestegen.

De minister doet ook uitschijnen dat de wijkgezondheidscentra onrechtmatig geld ontvangen voor patiënten die niet meer komen en dat ze selectief zouden uitschrijven. Maar voor die bewering wordt geen enkel bewijs geleverd. Integendeel, wijkgezondheidscentra hebben net 42 % patiënten met een laag inkomen t.o.v. 19 % in de totale bevolking.

Minister De Block schakelt nu een werkgroep in die aanbevelingen moet doen voor nieuwe criteria en beleidslijnen. “De voorbeelden die de minister aanhaalt op haar website, tonen echter aan dat haar originele bedoeling – nog meer besparen in de sector – niet veranderd is. We vrezen dus dat die werkgroep enkel zal mogen zoeken naar verdere besparingsposten binnen de sector,” benadrukt Anne Delespaul.

Nochtans zijn de noden hoog. Op de website www.reddesocialegeneeskunde.be stromen reacties binnen. Terwijl 900 000 Belgen gezondheidszorg uitstellen om financiële redenen, houdt onze minister van Volksgezondheid hardnekkig vast aan haar neoliberale ideologie.

Forfaitaire geneeskunde moet gestimuleerd worden, zodat elke patiënt de mogelijkheid heeft om voor deze zorg te kiezen. Niet voor niets riep onlangs het Netwerk tegen Armoede op om te investeren in nieuwe wijkgezondheidscentra.