Groepspraktijken worden helemaal niet slapend rijk
16 november 2010
Volksvertegenwoordiger Daniel Bacquelaine (MR) trok vorige week in een interview met Journal du Médecin, de Franstalige tegenhanger van de Artsenkrant, van leer tegen groepspraktijken. Te duur en onnodig in de betere wijken, vindt hij. “Klopt niet”, zegt Sofie Merckx, huisarts bij Geneeskunde voor het Volk in Marcinelle.
Groepspraktijken van huisartsen zitten in de lift, zoveel is duidelijk. In 2002 waren er in heel België 51 groepspraktijken, waar in totaal 104.161 patiënten waren ingeschreven. In 2009 waren dat er al 104 praktijken voor 188.787 patiënten.
De overgrote meerderheid van de groepspraktijken – waaronder die van Geneeskunde voor het Volk – worden forfaitair gefinancierd door het Riziv (Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering). Dat wil zeggen dat de groepspraktijk jaarlijks een forfaitair bedrag toegekend krijgt per ingeschreven patiënt, ongeacht of die patiënt nu veel of weinig zorg behoeft. Dat is het grote verschil met de liberale geneeskunde, waar de arts per medische prestatie wordt gefinancierd. Dit laatste model is in ons land nog steeds veruit het meest voorkomende.
Het forfaitaire systeem is ontegensprekelijk zeer interessant voor de patiënt. Die moet zijn portemonnee niet bovenhalen als hij naar de dokter moet, in ruil verbindt hij er zich toe om voor al zijn medische zorgen langs te gaan bij de groepspraktijk waar hij ingeschreven is.
Maar ook voor huisartsen en andere gezondheidswerkers – verpleegkundigen, kinesitherapeuten – biedt een groepspraktijk enorm veel voordelen. “Het systeem van groepspraktijken is een goeie manier om de eerstelijnszorg opnieuw aantrekkelijk te maken voor jonge artsen,” zegt Sofie Merckx, huisarts is in de groepspraktijk van Geneeskunde voor het Volk in Marcinelle. “Het kan een oplossing bieden voor de problemen waar huisartsen die alleen werken, mee geconfronteerd worden. In teamverband kun je veel beter inspelen op de verschillende problemen die patiënten hebben, je hebt meer tijd voor bijscholing... Bovendien kunnen ook loopbaanonderbreking of zwangerschapsverlof beter opgevangen worden in een groepspraktijk.” Ook het KCE, het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg, stelt in een rapport dat de aantrekkingskracht van het huisartsenberoep kan worden vergroot door het werken in teamverband aan te moedigen. “En dat is nodig ook,” stelt Sofie Merckx, “want het beroep van huisarts is in crisis. Steeds minder geneeskundestudenten willen huisarts worden. In sommige gemeenten dreigt er nu al een huisartsentekort te komen.”
Forfaitaire geneeskunde goedkoper
Het succesverhaal van de groepspraktijken valt niet bij iedereen in goede aarde. Daniel Bacquelaine, volksvertegenwoordiger van de MR en zelf huisarts, vindt forfaitaire groepspraktijken te duur. Door de stijging van het aantal praktijken is namelijk ook het budget voor de forfaitaire geneeskunde gestegen: op twaalf jaar tijd (1999-2011) van 10,5 miljoen euro naar 82,25 miljoen. En dat in tijden waarin iedereen gevraagd wordt te besparen, zegt hij. “Bacquelaine stelt de zaken niet eerlijk voor,” reageert Sofie Merckx. “Het is niet zo dat de stijging van het budget voor forfaitaire groepspraktijken meteen ook een stijging van het totale gezondheidszorgbudget betekent. Het gaat hier immers om een transfer van de prestatiegeneeskunde naar de forfaitaire geneeskunde: wat nu meer wordt uitgegeven aan de forfaitaire geneeskunde, wordt minder uitgegeven aan de prestatiegeneeskunde.”
Eigenlijk is zelfs het tegendeel waar. Het KCE onderzocht het verschil in medische uitgaven van de twee systemen. Daaruit bleek dat er inderdaad in de eerstelijnszorg (de ‘rechtstreeks toegankelijke hulp’, zoals de huisarts) meer uitgaven zijn in een forfaitair systeem, maar dat de uitgaven voor de tweedelijnszorg (de specialisten) er lager liggen. In zoverre zelfs dat de globale kost van het forfaitair systeem lager ligt dan het systeem waarbij de arts per prestatie betaald wordt.
“Dat komt omdat patiënten van forfaitaire groepspraktijken in de praktijk veel minder snel naar een specialist gaan. Ze kunnen immers gratis terecht bij hun huisarts. Meestal vragen ze dan ook eerst ons advies ,” legt Sofie Merckx uit. “Een forfaitaire arts zal nooit doorverwijzen naar een specialist als dat niet echt nodig is. Bovendien worden in die groepspraktijken veel minder onnodig dure geneesmiddelen voorgeschreven. En in een groepspraktijk gebeuren medische onderzoeken alleen als dat nodig is en niet als er geld in het laatje moet komen. Een eerstelijnszorg die correct gefinancierd wordt, is een van de pijlers om op een rationelere manier om te gaan met tweedelijnszorg en technische onderzoeken.”
“Wat Bacquelaine nu probeert te doen, is laten uitschijnen dat die groepspraktijken heel veel geld krijgen en slapend rijk worden, omdat we ook geld krijgen als patiënten niet op consultatie komen. Maar hij vergeet er natuurlijk bij te zeggen dat als patiënten elke dag verpleging of medische zorg nodig hebben, wij dat ook voor dezelfde prijs moeten doen.”
30% kansarmen
Een andere kritiek is dat groepspraktijken nu ook steeds meer voorkomen in de betere wijken, waar de mensen volgens Bacquelaine toch geld genoeg hebben om naar de klassieke huisarts te gaan. “Het is nooit de bedoeling geweest dat groepspraktijken enkel werden opgericht voor kansarmen. Ons principe is dat de eerstelijnszorg gratis moet zijn voor iedereen,” aldus Sofie Merckx. “De huisarts moet gratis kunnen worden geconsulteerd en die verwijst je dan eventueel door naar de specialist. Wij vinden dat dat moet gelden voor iedereen, want de prestatiegeneeskunde leidt tot overconsumptie. De arts heeft er immers alle belang bij dat de patiënt vaak terugkomt. Eigenlijk is het verheugend dat dit forfaitaire systeem, ook meer gehanteerd wordt in gemeenten waar er minder armen wonen. Want laten we wel wezen. Het blijft een feit dat de forfaitaire groepspraktijken proportioneel veel meer kansarmen onder hun patiënten hebben. In onze groepspraktijk in Marcinelle, bijvoorbeeld, is 30% van de ingeschreven patiënten kansarm, terwijl het nationale gemiddelde in België op 5% ligt.
Trouwens: de Fédération des Maisons médicales, de Franstalige vereniging van groepspraktijken, wijst Bacquelaine er in een reactie fijntjes op dat in de overgrote meerderheid van de Europese landen eerstelijnsgezondheidszorg gratis is. “Alleen Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Luxemburg en België blijven nog achter. En net in die landen stijgen de uitgaven in de gezondheidszorg het meest!”



