Waarom uw apotheker verschillende pillen niet meer in huis heeft

“Een logistieke nachtmerrie, in een sector die voor de rest logistiek aan de spits staat”, noemt KAVA de stockbreuk van Hygroton

Last van hoge bloeddruk en gebruiker van chloortalidon 50 mg ( merknaam Hygroton)? Pech gehad.  Sinds augustus 2011 is dit product niet meer verkrijgbaar in de apotheker.  Een verhaal over anarchie op de door grote multinationals gecontroleerde medicijnenmarkt. Chloortalidon (merknaam Hygroton) wordt in alle nationale en internationale guidelines aanbevolen als eerste keuze geneesmiddel tegen hoge bloeddruk. De grootste klinische studie ooit (de Alhatt trial), alsook meerdere meta-analyses (waarbij verschillende klinische studies worden samengevoegd), laten zien  dat chloortalidon evenwaardige of betere resultaten geeft op ziekte en sterftecijfers dan al de andere  geneesmiddelen tegen hoge bloeddruk. Chloortalidon is één van de eerste antihypertensiva, reeds lang uit patent en relatief goedkoop.

Maar vandaag is die eerste keuze bloeddrukverlager niet meer te krijgen bij de apothekers. Volgens hen 'doelbewust onbeschikbaar gemaakt’, terwijl groothandels spreken over ‘een gevolg van winstmaximalisatie’. Oorzaak is de zogenaamde contingenteringspolitiek van farmaceutische producenten. Zij leveren een land  maar een beperkt quotum van hun geneesmiddelen als ze vermoeden dat hun geneesmiddel doorverkocht  wordt in andere landen omdat de prijzen daar hoger liggen: parallelexport (zie verder). Voor Hygroton lijkt het ons onwaarschijnlijk dat de contingentering is ingevoerd omwille van parallelexport, gezien de overal heersende vrij lage prijs voor dit product. Even rondbellen leert dat bij dit geneesmiddel de anarchie en inefficiëntie die ontstaat door uitbesteding op de markt de belangrijkste redenen blijkt te zijn.

Hygroton is origineel een geneesmiddel van de Zwitserse multinational Novartis, die onlangs zijn product verkocht of uitbesteed heeft. Pharma Logistics is nu de verdeler van Hygroton in België en werkt voor Amdipharm in UK, die zijn administratieve zetel in Ierland heeft. Maar het is de Franse firma Cenexi SAS die
in opdracht van Amdiphar momenteel de grondstoffen voor dit geneesmiddel aankoopt, verwerkt en verpakt tot Hygroton. Volgens de vertegenwoordiger van Amdipharm loopt dit Franse bedrijf achter met zijn leveringen aan België.

Zo ontzeggen ze de patiënt noodzakelijke of vertrouwde geneesmiddelen. Want nadat generische producenten van Chloortalidon de verkoop staakten, is er geen alternatief voor Hygroton meer op de markt. Patiënten kunnen hun eerste keuze antihypertensiva niet meer bekomen (http://www.bcfi.be/ggr/index.cfm?ggrWelk=/nindex/ggr/Merk/MP_H.cfm)

Nochtans bepaalt de wet op de geneesmiddelen dat de producten continu voldoende voorradig moeten zijn, zodat de apotheker ten alle tijde aan de vraag van een patiënt kan voldoen. De apothekersverenigingen hebben een initiatief uitgewerkt om bij de overheid te protesteren tegen deze praktijke(www.farmacontingentering.be).

Via dit initiatief is er al een zeker zicht hoe groot dit probleem zich stelt. Zo blijkt dat in december 2010 alleen al, de apothekers die gebruik maakten van die website 1255 bestellingen hebben geplaatst voor geneesmiddelen die via normale weg niet meer verkrijgbaar waren en evenveel klachten hebben ingediend via hun beroepsvereniging bij de overheid. Concreet gaat het dikwijls om belangrijke en zelfs levensnoodzakelijke geneesmiddelen: middelen tegen suikerziekte, anti-astma medicatie, bloedverdunners. In sommige gevallen is er voor deze geneesmiddelen zelfs geen alternatief meer te vinden.

Parallelexport en contingentering:welkom in farma-land

Farmaceutische bedrijven bepalen hun prijzen in ieder land afzonderlijk. Ze doen dat niet naargelang de kostprijs met een redelijke winstmarge daarbovenop, wel op basis van wat de nationale overheid bereid is terug te betalen. Het gevolg is dat voor eenzelfde product van eenzelfde firma totaal verschillende prijzen worden gevraagd in de verschillende landen van de Europese Unie. Ook voor eenzelfde geneesmiddel gemaakt door verschillende generische firma's zijn er enorme prijsverschillen tussen én binnen de landen.

Een studie van het Riziv liet bijvoorbeeld zien dat de maagzuurremmer Zantac in Frankrijk en Duitsland tweemaal zoveel kost als in Spanje. Het antidepressivum Cipramil kost dan weer in Spanje tweemaal zoveel als in Frankrijk, en in Duitsland evenveel als in Frankrijk. De generische vorm van Zantac is in Denemarken veertien maal goedkoper dan het origineel, enzovoort.

Het is dan ook niet te verwonderen dat er handelaars zijn die de geneesmiddelen opkopen in het land met de goedkoopste prijsbepaling om ze dan, na verspillende tussenbewerkingen zoals de pillen uit de originele doosjes halen en met een nieuwe bijsluiter in nieuwe doosjes steken, door te verkopen in landen met hogere prijzen.

Uit recente inspecties van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) blijkt dat ook sommige apotheken meedoen aan deze parallelexport. Zij kopen geneesmiddelen in, niet om aan de patiënten af te leveren, maar wel om ze in het buitenland aan veel hogere prijzen door te verkopen. Wat totaal onwettelijk is gezien volgens de wetgeving voor apotheken enkel de aflevering aan het publiek is toegestaan.

Gevolg is dat de geneesmiddelenproducenten voor sommige geneesmiddelen maar een bepaalde hoeveelheid ter beschikking te stellen in ons land. Als er met dat geneesmiddel parallelexport wordt georganiseerd, dan is het geneesmiddel al of niet tijdelijk, nergens meer ter beschikking van de Belgische patiënt. Er bestaat zowel parallelexport als de publieksprijs in België laag ligt in vergelijking met deze in andere Europese landen als wanneer die prijs hier hoger is.

Deze winstmaximalisatie en anarchie op de geneesmiddelenmarkt maken dat de patiënt verstoken kan zijn van zijn noodzakelijk geneesmiddel. Bovendien leidt het ook voor de apothekers en artsen tot veel frustratie en inefficiëntie. KAVA, de apothekersvereniging in Antwerpen, beschrijft dit zeer concreet in hun nieuwsbrief van maart 2011. (zie http://www.kava.be/actueel/artikels/0038.html)

Antwerpse apothekersvereniging: “Dit leidt tot frustraties en inefficiëntie”

“Een logistieke nachtmerrie, in een sector die voor de rest logistiek aan de spits staat”, noemt KAVA  contingentering. “Ontbrekende producten worden door de patiënt bij verschillende apotheken besteld, die bij verschillende groothandelaars doorbestellen. Niemand weet uiteindelijk nog hoe groot het probleem eigenlijk is. De apotheker moet de arts contacteren om alternatieven te zoeken en alles uitleggen aan de patiënt. Artsen zien reële gezondheidsrisico’s: problemen rond compliance en dubbelmedicatie. Bedrijven leveren effectief (per stuk) de dringende bestellingen van de apotheker. De goed geoliede machine van de groothandelaar-verdeler wordt niet benut. Ook voor het bedrijf zijn dit aparte, manueel geregistreerde bestellingen, die buiten de normale weg afgehandeld worden, met afzonderlijke facturen en verzending. De apotheker wordt evenzeer opgezadeld met een aparte afhandeling, stockverwerking en betaling. De oproep tot het weigeren van betalen van verzendkosten klonk luid en duidelijk uit het publiek. Een parallel geëxporteerd product in één land, is een parallel geïmporteerd product in een ander.

Afspraken op Europees niveau?  Wishful thinking!

“De meest voor de hand liggende oplossingen blijken wishful thinking te zijn. Parallelexport of  contingentering bij wet verbieden is strijdig met het Europees Verdrag dat vrij verkeer van goederen en vrije concurrentie garandeert. Fabrikanten verplichten om meer producten te leveren is evenmin haalbaar. Het Europees Hof liet bedrijven toe zich tot op zekere hoogte te beschermen tegen overdreven export. Afspraken maken of gegevens delen tussen bedrijven, groothandelaars-verdelers of apothekers om parallelexport te vermijden of te verbieden, is ook illegaal, want het beperkt de vrije concurrentie. Beroepsverenigingen en zelfs de Orde kunnen daarom evenmin afspraken maken of regels opleggen. Alleen de overheid kan wettelijk concurrentiebeperkende maatregelen nemen, indien deze noodzakelijk en ‘proportioneel’ zijn om de volksgezondheid en de patiënten te beschermen. Wettelijk is er niet veel aan te doen, doch het massaal gebruik van de webapplicatie www.farmacontigentering.be van KAVA vergroot de druk in een open transparante manier naar overheid en bedrijven.”

Kiwimodel en deconnectie als efficiënte oplossingen

“Wettelijk is er niet veel aan te doen”, zeggen de apothekers. Nochtans kan het kiwimodel gekoppeld aan de bestaande wet op de déconnectie de zaak oplossen. Door het kiwimodel organiseert de overheid een openbare aanbesteding tussen de verschillende producenten van eenzelfde of gelijksoortige geneesmiddelen. Dat doet de prijs fors dalen.

Door de bestaande wet op de deconnectie wordt de lage kiwiprijs van het geneesmiddel dat in aanmerking komt voor terugbetaling losgekoppeld van de officiële (hoge) publieksprijs op de markt. Toepassing van het kiwimodel en de wet op de deconnectie maakt parallelexport volledig oninteressant, doet de overheid fors op geneesmiddelenuitgaven besparen en verzekert de patiënt dat zijn vertrouwde geneesmiddel steeds beschikbaar zal zijn bij zijn apotheker. Een gelijkaardig systeem van deconnectie wordt immers ook bij toepassing van het kiwimodel in Nieuw-Zeeland gehanteerd om parallel export tegen te gaan. Ondertussen kan de overheid wel onmiddellijk optreden tegen farmaceutische bedrijven die weigeren om  voldoende geneesmiddelen ter beschikking te stellen. De minister van Volksgezondheid heeft de formele bevoegdheid om dit te verplichten of indien het bedrijf blijft weigeren import van alternatieven toe te laten. Het systeem van deconnectie is ironisch genoeg in 2005 in de gezondheidswet van minister Demotte opgenomen onder lobbydruk van de farmaceutische industrie. Zij had daarmee een andere bedoeling.

Belgische farmabedrijven die een nieuw product op de markt brengen proberen in België een zo hoog mogelijke publieksprijs te bedingen. Deze prijs in het thuisland voor een nieuw geneesmiddel van een farmabedrijf wordt veelal in andere landen als de referentie genomen. Om de goodwill van de overheid te bekomen voor een zo hoog mogelijke publieksprijs is de farma-industrie bereid om de prijs van  geneesmiddelen die hier worden voorgeschreven en worden terugbetaald te verlagen en deze dus los te koppelen van de publieksprijs.