Bij de derde verjaardag van het verschijnen van 'De Cholesteroloorlog'

Hete adem van kiwimodel leidde tot spectaculaire trendbreuk in de RIZIV-uitgaven voor geneesmiddelen
Precies drie jaar geleden verscheen het boek 'De Cholesteroloorlog. Waarom geneesmiddelen zo duur zijn' (EPO 2004). Het RIZIV maakte onlangs ook haar uitgaven voor geneesmiddelen over de laatste 10 jaar bekend. Ze maakte tevens de nieuwe lijst van de 25 meest kostende geneesmiddelen publiek.

    ·Van 1997 t.e.m. 2004 waren de RIZIV uitgaven voor geneesmiddelen pal in stijgende lijn.
    ·Vanaf 2005 is er een duidelijke trendbreuk met zelfs daling van de uitgaven , waardoor in 2006 voor het eerst in de sociale geschiedenis van België het geneesmiddelenbudget een overschot had.
    ·De eerste helft van 2007 (nog niet op grafiek) is er echter terug een lichte stijging.

RIZIV uitgaven geneesmiddelen
jaartal milj euro
1997 1.335
1998 1.456
1999 1.588
2000 1.680
2001 1.791
2002 1.921
2003 2.063
2004 2.215
2005 2.206
2006 2.162

Commentaar bij de uitgaven sinds 1997
Van 1997 t.e.m. 2004 waren de RIZIV uitgaven voor geneesmiddelen pal in stijgende lijn.
Eind september 2004 kwam het boek 'De Cholesteroloorlog. Waarom zijn geneesmiddelen zo duur' uit. In het najaar van 2004 woedde het debat rond het kiwimodel. Op 25 januari 2005 organiseerden de commissies Sociale Zaken en Volksgezondheid van Kamer en Senaat een gezamenlijk hoorzitting rond het boek en het geneesmiddelenbeleid. Dit leidde tot een werkbezoek van een commissie senatoren aan Nieuw-Zeeland om het kiwimodel te bestuderen. Hun rapport leidde tot meerdere debatten in Kamer en Senaat rondom het kiwimodel en de gezondheidswet van minister Demotte. Eind 2005 verzamelden Geneeskunde voor het Volk, de KWB en de LBC non-profit 100.000 handtekeningen onder een petitie voor toepassing van het kiwimodel in België.
Het hele debat en de daaruit voortvloeiend maatregelen leidde tot een prijsdaling van 900 geneesmiddelen. De meest spectaculaire is deze van de cholesterolverlager Zocor van de Amerikaanse multinational Merck Sharp&Dohme, waarmee de hele Cholesteroloorlog begon. De prijs voor één doosje Zocor daalde van 123,50 euro in 2004 tot 57,93 euro nu. In de marktbevraging die minister Demotte nog heeft georganiseerd doet MSD een aanbod om de prijs van Zocor verder te laten zakken tot 31,00 euro.
Vanaf 2005 is er een duidelijke trendbreuk in de totale uitgaven van het RIZIV voor geneesmiddelen, met zelfs een absolute daling. Daardoor heeft in 2006 het geneesmiddelenbudget voor het eerst in de sociale geschiedenis van België een overschot.
De eerste helft van 2007 (nog niet op grafiek) is er echter terug een lichte stijging, voornamelijk onder invloed van de torenhoge prijzen voor de nieuwe kankergeneesmiddelen. Voor meer informatie hierover zie: Over de inzet en reacties op onze brief in de Lancet 'The cost of the newest cancer drugs'

Commentaar bij de TOP 25
Het RIZIV publiceerde onlangs ook haar nieuwe 'TOP 25 van de werkzame bestanddelen in de uitgaven in de ambulante sector van de verzekering voor geneeskundige verzorging in 2006'
De cholesterolverlager atorvastatine (Lipitor van Pfizer) prijkt nog steeds bovenaan, hoewel in alle wetenschappelijke guidelines (internationaal, maar ook deze van de Vlaamse Domus Medica aanbeveling) deze niet als eerste keuze wordt aanbevolen.
Verbazingwekkend is echter dat de bloedplaatjesaggregatieremmer clopidogrel (Plavix van BMS) op de tweede plaats prijkt met een kost voor het RIZIV van 47,6 miljoen euro. Plavix wordt naast Aspirine gebruikt bij hartinfarctpatiënten of patiënten met een zeer hoog risico op hart- en vaatziekten ter preventie van een infarct. Plavix is nauwelijks of niet beter dan Aspirine in lage dosis en wordt in alle wetenschappelijke guidelines enkel aanbevolen wanneer de patiënt aspirine niet zou verdragen. De BMJ publiceerde een studie dat de kostprijs aan Plavix om één hartinfarct te voorkomen (65.000 Britse £) bijna twintig keer hoger ligt dan deze van aspirine (3.500 Britse £).
De hartmedicatie molsidomine (Coruna van de Belgische firma Therabel) prijkt nog steeds binnen de top tien, hoewel dit geneesmiddel nog in geen enkele studie bewezen heeft werkzaam te zijn in het voorkomen van hartinfarcten en om die reden in Engeland en in Nederland zelfs niet geregistreerd is geraakt.
Het antidepressivum escitalopram (Sipralexa van Luncbeck) prijkt reeds op de 13° plaats met een kostprijs voor het RIZIV van 26,7 miljoen euro. Nochtans bevat Sipralexa exact hetzelfde actieve bestanddeel in dezelfde dosis dan citalopram, namelijk het linksdraaiende isomeer. De prijs van Sipralexa bedraagt 30,31 euro per maand, waar dat de goedkoopste citalopram nu 9,95 euro per maand of één derde van de prijs van Sipralex kost. Wat betekent dat wanneer alle artsen i.p.v. Sipralexa het goedkoopste generiek zouden voorschrijven, dit het RIZIV 17 miljoen euro zou uitsparen voor eenzelfde hoeveelheid antidepressiva aan exact dezelfde kwaliteit. Voor een prijsoverzicht van de verschillende citaloprams in België op de markt. Het spreekt vanzelf dat een openbare aanbesteding met concurrentie tussen de tien firma's de prijs nog meer zou doen drukken. In Nieuw-Zeeland bedraagt de prijs van citalopram geen 3 euro meer per maand behandeling.
Een nieuwe cholesterolverlager rosuvastatine (Crestor van AstraZeneca) heeft zich op zeer korte tijd opgewerkt naar de 19° plaats met een kostprijs voor het RIZIV van 22,2 miljoen euro. Geen enkele wetenschappelijke guideline beveelt rosuvastatine aan. Het geneesmiddel heeft nog in geen enkele studie bewezen dat het positieve invloed heeft op de preventie van hart- en vaatziekten. Het heeft alleen nog maar bewezen dat het de cholesterol doet dalen.
In deze top 25 zijn de nieuwste antikankergeneesmiddelen zoals Herceptine niet opgenomen omdat deze niet ambulant worden toegediend. Het zijn deze geneesmiddelen (met Herceptine reeds een uitgave van 50 miljoen euro per jaar) die het belangrijkste aandeel hebben in de nieuwe stijging van de RIZIV uitgaven sinds 2007.
Ook de commentaar van het RIZIV wijst op het bijzondere van de prijsdalingen van de laatste twee jaren.

    "De talrijke begrotingsmaatregelen die de jongste jaren in de sector zijn genomen, waren in de TOP 25 sterk voelbaar en hebben in 2006 een invloed gehad op het klassement.
    De gemiddelde kostprijs per DDD is voor 20 van de 25 moleculen gedaald. De volumestijging kan die verminderde kostprijs soms compenseren, maar dit was bij de helft van de moleculen niet het geval en de totale kosten waren in 2006 lager dan in 2005. Dit is het geval voor de eerste 5 moleculen. De grootste verminderingen deden zich voor bij omeprazol (9,7 miljoen euro), simvastatine (6,8 miljoen euro) en atorvastatine (5,3 miljoen euro). Dit was ook het geval voor pravastatine (9,9 miljoen euro) en sertaline (8,8 miljoen euro) die niet meer in de TOP 25 van 2006 te vinden zijn."