Wat te denken van de Cholesterolhype?
Ingezonden door Dirk Van Duppen op wo, 23/01/2008 - 10:44
Malcom Kendrick stelt volkomen terecht dat de cholesterolhype door de farmaceutische industrie wordt opgeblazen om miljarden winst te halen uit cholesterolverlagende medicatie. In België slikken daardoor naar schatting 300.000 patiënten cholesterolverlagers terwijl we weten dat ze er geen baat bij hebben. Het is juist dat de farmaceutische industrie op systematische wijze haar onderzoeksresultaten op gemanipuleerde wijze presenteert. Maar in zijn boek 'de Cholesterolhype' of in zijn interview in Humo van deze week doet Kendrick hetzelfde.
Twee systematische reviews tonen aan dat gesponsord onderzoek systematisch vertekende resultaten geeft in vergelijking met onafhankelijk onderzoek (JAMA 2003;289: 454-65. BMJ 2003;326: 1167-70). De farmaceutische industrie uitvergroot positieve resultaten over haar geneesmiddel, moffelt negatieve resultaten weg (Lancet 2004;363:1335), zwaait eerder met mooi klinkende theorieën dan te steunen op robuuste feitelijke gegevens (The Lancet, 2003, 362:1341), laat na te refereren naar de bronnen die hun beweringen zouden moeten onderbouwen of presenteert zelfs zaken uit studies waar dat als je naar de originele artikels kijkt iets anders staat, soms zelfs het tegenovergestelde dan wat beweerd wordt op basis van die studies (BMJ 2004;328:485), dus durft flagrant te liegen.
Kendrick is voor een deel in hetzelfde bedje ziek. Kendrick zegt in Humo (nr.3516): 'De Fransen hebben zes keer minder hartziekten dan de Schotten. Toch hebben ze dezelfde risicofactoren (onverzadigde vetten, roken, minder bewegen). Dus moet je wel besluiten dat er géén verband is tussen cholesterol en hartziekten'. Onderzoek toont aan dat er veel andere redenen zijn waarom Frankrijk minder hartziekten telt: tweederde minder rokende vrouwen, rode wijn, hartbeschermend mediterraan dieet (met olijfolie, vette vis, fruit en groenten), minder stress en tot voor kort minder dierlijke vet consumptie. (BMJ 1999;318:1471-80) Kendrick zegt verder 'Japan bewijst het sterkst dat cholesterol niets met hartziekten te maken heeft. Daar zijn de vetconsumptie en cholesterol toegenomen, terwijl het aantal hartziekten er daalde'. Onderzoek toont aan dat in Japan andere risicofactoren zoals roken en hoge bloeddrukken daarentegen drastisch verbeterd zijn wat die paradox zou kunnen verklaren.(J Atheroscler Thromb.2007;14(6):278-86) Er zijn veel risicofactoren die tot hartziekten leiden. Cholesterol is er maar één van. Je moet dus bij onderzoek al die risicofactoren in rekening kunnen brengen. Wanneer je grote groepen van mensen, cohortes genaamd, jarenlang volgt en je ziet dat daarbinnen mensen met hoge cholesterol beduidend meer hartziekten ontwikkelen dan deze met lage, dan heb je een bewijs van verband. Want binnen eenzelfde cohorte zullen de andere risicofactoren zich gelijkmatig verspreiden over deze met hoge en deze met lage cholesterol. Dergelijke studies, zowel in Japan als in Frankrijk, toonden wél een verband tussen hoge cholesterol en hartziekten.(MONICA-study) De Lancet publiceerde onlangs een meta-analyse of samenvoeging van de resultaten van 61 cohorte-studies. Hieruit blijkt dat hoge cholesterol geassocieerd is met 15% toename aan hartziekten op hoge en 45% op middenleeftijd.(Lancet 2007; 370:1829-39)
Kendrick vertelt in Humo dat Pfizer onlangs een onderzoek heeft moeten stoppen omdat 'in de onderzoeksgroep die goede cholesterol kreeg toegediend 60% meer overlijdens voorkwamen'. Hij bedoelt hiermee waarschijnlijk de torcetrapid trial. Hier werd niet goede cholesterol toegediend, maar wél een nieuw geneesmiddel dat de HDL-cholesterol, de zogenaamde goede cholesterol, zou doen stijgen en dus hartbeschermend zou werken. In de feiten steeg wel de HDL-cholesterol maar daalde niet het aantal hartinfarcten, integendeel, het sterftecijfer liep op in de onderzoeksarm die torcetrapid kreeg toegediend. Torcetrapid blijkt lethale eigenschappen te bezitten die veel kwalijker zijn dan het eventueel toegenomen beschermend effect door een verhoging van de HDL-cholesterol. Daarenboven bleek de het soort HDL-cholesterol dat door torcetrapid verhoogd werd, voor een groot deel te bestaan uit een andere moleculaire vorm dan deze waarvan men in observationeel onderzoek heeft vastgesteld dat ze beschermend zou zijn. Het is dus niet de 'goede cholesterol' hypothese die door dit onderzoeksfalen in vraag wordt gesteld, wel de beschermende invloed van torcetrapid dat hier aan diggelen wordt geslagen. (N Engl J Med 2005;352:2573-2576. Editorial. Cholesterol: the good, the bad, and the stopped trials. Lancet 2006;368:2034.)
Kendrick ook dat in de 4S studie 'het aantal overleden vrouwen in de groep die statines nam vier keer zo hoog was dan in de placebogroep'. Dat klopt helemaal niet. In de 4S studie waren er bij de vrouwen 28 overlijdens in de statine groep en 25 overlijdens in de placebogroep. Dat is niet +300% (4 keer), maar wel +12%. Maar dat getal is zo klein (3 verschil op 817 patiënten) dat dit volkomen statistisch insignificant is, aan het toeval te wijten is en je er geen conclusie uit mag trekken. Van de overlijdens waren er bijvoorbeeld ook 17 tengevolge van hart- en vaatziekte in de statinegroep tegenover 14 in de placebogroep. Latere onderzoeken laten zien dat ook dit hier louter aan het toeval te wijten is.( Circulation. 1997;96:4211-4218)
Kendrick zegt verder over de 'Heart Protection Study' dat: 'er helemaal geen verschil was in sterftegraad bij vrouwen die statines hadden gekregen en zij die een placebo kregen.' Dat klopt ook niet. In de groep die statines kregen stierven na vijf jaar 226 vrouwen, tegenover 262 in de groep die placebo kreeg. Dus wel een verschil, maar gezien het klein aantal vrouwen in de studie is dit statistisch nipt niet significant. 367 op 2542 vrouwen kregen een hartinfarct in de statinegroep, tegenover 450 in de placebogroep. Bij de mannen waren er 1666 hartinfarcten op 7727 patiënten tegenover 2135 in de groep die placebo kreeg. Dit zijn allemaal betekenisvolle verschillen. (Lancet 2002; 360: 7-22) Een recente meta-analyse van 19 statine-studies laat zien dat statines het risico op hart- en vaatziekten verlagen bij mannen en vrouwen die al tekenen van hartziekten hebben gehad (secundaire preventie), evenals bij mannen met een hoog risico, maar zonder tekenen van hartziekten (primaire preventie).(Lancet 2005; 366:1267-78) Bij 70 plussers zonder tekenen van hartziekten heeft starten van statines geen zin. Maar ook bij vrouwen in primaire preventie is het effect niet bewezen. Nochtans zou het bewijs hiervoor kunnen geleverd worden als de farmaceutische firma's die de onderzoeksresultaten van de door hun gesponsorde studies in eigendom hebben, deze zouden vrij geven. Maar zij vrezen wellicht bij ongunstig resultaat om de huidige markt van miljoenen vrouwen die dan onnodig cholesterolverlagende middelen slikken, te verliezen.(.(Lancet 2007; 369:168-9)
Wat me het meeste ergerde in Kendrick zijn boek is dat hij nergens referenties aangeeft. 'Zoek ze maar zelf op via het internet (pubmed) als je me niet moest geloven', schrijft hij. Als je dan al kunt opmaken over welke studies hij het precies heeft en je gaat deze nakijken, dan is wat hij schrijft dikwijls maar half waar of soms zelfs helemaal onwaar. Eén voorbeeld uit zijn boek om dit te illustreren. Op p.94 heeft Kendrick het over de 'Multiple risk factor intervention trial' die volgens hem mede zou bewijzen dat cholesterol en dieet niets met hart- en vaatziekten te maken heeft. Het onderzoek waarbij heel veel mensen ondermeer op dieet werden gezet in de interventiegroep, vergeleken met gewone zorg in de controlegroep, gaf volgens Kendrick 'als resultaat helemaal geen effect op hart- en vaatziekten'. Als je dan op zoek gaat naar die trial waarvan hij in zijn boek gelukkig nog de naam van vermeldt, dan vind je een publicatie in de JAMA uit 1982: 'Multiple risk factor intervention trial. Risk factor changes and mortality results. Multiple Risk Factor Intervention Trial Research Group' (JAMA 1982; 248: 1465 - 1477). Na zeven jaar interventie viel het effect inderdaad tegen: 17,9 overlijdens per 1000 personen tengevolge van een hartinfarct in de interventiegroep tegenover 19,3 in de controlegroep. Een verschil dat statistisch niet significant was. Maar 3,8 jaar na de interventie wordt dezelfde cohorte, terug opnieuw bekeken. ('Multiple Risk Factor Intervention Trial. Risk factor changes and mortality results. Multiple Risk Factor Intervention Trial Research Group. 1982' JAMA 1997; 277: 582 - 594.) Dan waren er wel statistisch significante verschillen op cardiovasculaire mortaliteit, zelfs op globale mortaliteit. Die studie wordt door Kendrick niet vermeld. Hij zondigt zich aan dezelfde kwaal van de mensen die hij in zijn boek 'het Lourdes van de cholesterolgelovige ideoten' noemt, namelijk 'uit hun nek kletsen' (p.115).



